De agenda vraagt om een beslissing. Dus nemen we een daadkrachtig besluit. Maar wat als de werkelijkheid zich dan een paar maanden aandient als vertraging, faalkosten en boze afnemers, vraagt Pim van Meer zich af.
“Ik weet dat ik er niks van begrijp, dus neem ik maar een besluit”, zei ik laatst tegen mijn vrouw. “Dan lijk ik tenminste daadkrachtig.” We lachten er ongemakkelijk om. Deze grap kwam net iets te dicht bij de werkelijkheid.
Want laten we eerlijk zijn: een ontstellend groot deel van onze keten functioneert ongeveer zo. Er ligt een tekening op tafel. Er is een Excel. Iemand praat met veel zelfvertrouwen. En hoppa: besluitrijp.
Dat is eigenlijk best knap. Zoveel zekerheid op basis van zo weinig samenhang, daar zit talent in.
Een platte tekening ziet eruit alsof het ontwerp al bestaat. Een spreadsheet ziet eruit alsof de businesscase klopt. Een planning ziet eruit alsof iemand weet wat er de komende drie jaar gaat gebeuren. En zodra iemand het geheel met voldoende overtuiging presenteert, voelt twijfel ineens bijna onprofessioneel.
Maar ondertussen praten die documenten vaak nauwelijks met elkaar. De oppervlaktes in het ontwerp sluiten niet aan op de financiële uitgangspunten. De planning rekent op informatie die nog niet is vastgesteld. De installaties passen op papier, maar krijgen later ruzie met de constructie. De exploitatie gaat uit van prestaties die in het ontwerp nog nergens aantoonbaar zijn gemaakt.
Toch gaan we door, want de agenda vraagt om een besluit. En als de werkelijkheid zich maanden later weer eens onbeleefd meldt via vertraging, faalkosten, boze afnemers, ontbrekende vierkante meters of schachten die niet boven elkaar staan, kijken we elkaar aan alsof dit ons is overkomen.
Alsof complexiteit een natuurverschijnsel is. Regen. Wind. Stikstof. Kan gebeuren.
Maar een deel van die ellende ontstaat helemaal niet doordat projecten ingewikkeld zijn. Het ontstaat doordat wij ingewikkelde projecten terugbrengen tot informatie die eenvoudiger lijkt dan zij werkelijk is. Maar plat tekenwerk, losstaande Excels en veel zelfvertrouwen maken complexe besluiten niet eenvoudiger. Ze verbergen vooral hoeveel we nog niet weten.
En dan komt de mooiste reflex van allemaal: Pas op met digitalisering, straks nemen computers ons werk over.
Ja, verschrikkelijk.
Stel je voor dat een model laat zien dat oppervlaktes niet kloppen. Stel je voor dat een controle zichtbaar maakt dat gegevens ontbreken. Stel je voor dat een digitaal poortje zegt: deze informatie is nog niet volledig genoeg om hier verantwoord over te besluiten.
Wat een horror.
Dan moeten we misschien opeens precies aangeven wat we weten, wat we aannemen en wat nog onzeker is. Dat is het echte ongemak.
Niet dat computers ons werk overnemen, maar dat digitalisering zichtbaar maakt dat onze besluitvorming vaak minder volwassen is dan onze vergaderstukken suggereren. Want onderbuik heeft één groot voordeel: niemand hoeft precies te laten zien waar hij nog twijfelt. Een overtuigend verhaal kan prima over gaten in de informatie heen springen.
Een digitaal model is daar minder gezellig in. Dat blijft gewoon zeggen dat de som niet aansluit, het programma onvolledig is of de uitgangspunten elkaar tegenspreken.
Begrijp me goed: tekeningen zijn niet dom. Excel is niet dom. Zelfvertrouwen is ook niet verkeerd. Het probleem ontstaat wanneer we deze drie verwarren met samenhangende informatie.
Een tekening laat zien wat iemand wilde tekenen. Een Excel laat zien wat iemand wilde uitrekenen. Zelfvertrouwen laat zien hoe graag iemand door wil. Maar geen van drieën bewijst dat een besluit klopt.
Daarom hebben we gekoppelde informatie nodig. 3D-modellen. Een uniforme taal. Heldere spelregels. Validaties. Digitale poortjes die laten zien of de noodzakelijke informatie aanwezig is en welke onzekerheden we bewust accepteren.
Niet zodat de computer het besluit neemt. Wel zodat de mens eindelijk weet waarover hij eigenlijk besluit. Ervaring en intuïtie blijven dus welkom.
Onderbuik mag nog steeds mee als bijrijder, maar niet meer als chauffeur.
Fileermoment
Wij valideren modellen, controleren tekeningen en keuren bouwproducten. Maar een besluit dat miljoenen euro’s, jaren werk en honderden woningen raakt, mag nog steeds door op basis van een platte tekening, een losse Excel en een overtuigende stem.
Dat is geen daadkracht. Dat is een professioneel ogende gok. En zolang we die gok blijven verwarren met leiderschap, worden we van al onze informatie niet slimmer.
We worden vooral beter in het verbergen van wat we nog niet weten.
